De Vuurberg
Home Milieu & Energie Gezondheid & Wetenschap Duurzaam Bouwen Photo Gallery
Geologie & Reizen Landbouw & Voeding Natuurbescherming Eilanden Geo-educatie



Cover 'Gelukkig in de natuur'
Gelukkig in de natuur

© De Vuurberg / Annemieke van Roekel

Kinderen lijden aan natuurtekort, vindt de Amerikaanse wetenschapsjournalist Richard Louv. Van exotische natuurgebieden weten ze alles, al zijn ze er nog nooit geweest, maar de achtertuin – als die er al is – houdt op bij het tuinhekje. Struinen door bossen en weilanden is er voor de huidige generatie niet meer bij. Alleen op zondagmiddag, onder het toeziend oog van overbezorgde ouders.

De angstcultuur waarin wij volgens Louv leven, doet ouders besluiten hun kroost liever tussen vier muren te houden. Achter televisie of computer is het veilig en onder controle. Daar loeren weliswaar andere gevaren, zoals de anonieme Sinterklazen op Hyves, maar de risico’s lijken beter beheersbaar. Sociale studies laten zien dat natuurtekort zelfs kan leiden tot allerlei stoornissen, zoals depressies en angsten. Gevolgen op de lange termijn zijn er ook. Op oudere leeftijd ontbreekt het degenen die in een ‘ecofobische’ omgeving zijn opgegroeid aan essentiële natuurherinneringen. De jeugd van nu kan later niet meer terugvallen op gelukservaringen die zijn opgedaan in de natuur.

Veel waardevolle herinneringen en geluksgevoelens worden geïnspireerd door mooie landschappen, een blik op de horizon, vogelgeluiden, kortom, je één voelen met de machtige natuur waarvan je als mens een klein onderdeeltje bent. Ook kunnen mensen zich in een natuurlijke omgeving pas helemaal vrij voelen. Ravotten in het bos, struinen langs landweggetjes en mijmeren tussen de koeievlaaien, het was veertig jaar geleden op het platteland allemaal heel gewoon. Moeders was in geen velden of wegen te bekennen. Overigens gaat zo’n piekervaring in de natuur wel vaak gepaard met gevoelens van eenzaamheid. Even was je helemaal alleen. Dat isolement maakte dat je volledig openstond voor je omgeving, kleuren, bloemen, geluiden van insecten.

Hoewel Louv de neiging heeft te romantiseren en alleen onderzoeken citeert die zijn hypothese onderbouwen – voortdurend herhaalt hij zijn boodschap, een mix van feitjes en eindeloos veel anekdotes - heeft de auteur wel een punt. Maar zijn boodschap, die veel ouders ongetwijfeld in de paniek zal doen schieten, had hij wel in minder dan vierhonderd pagina’s mogen maken. Bovendien relativeert Louv zijn eigen mening niet en hij presenteert zijn visie nogal zwart-wit. Want is het niet zo dat het leven van moderne kinderen weliswaar veel meer binnenshuis afspeelt, maar sociaal veel rijker is en vergeleken met vroeger veel andere uitdagingen biedt? Kinderen maken niet alleen veel meer deel uit van de wereld van de volwassenen, bij gebrek aan bossen zijn ze meer tot elkaar veroordeeld, ook in positieve zin.

Louv vergeet te melden dat alleen buiten mogen spelen vroeger natuurlijk ook al gepaard ging met oeverloos herhaalde waarschuwingen van ouders dat er op iedere hoek van de straat wel een kinderlokker kon staan. Ouders hadden of namen simpelweg niet de tijd om op hun kinderen te letten. Het boek bevat ook veel psychologie van de koude grond. Zoals de theorie dat ervaringen in de natuur kinderen creatiever en minder kwetsbaar zouden maken of dat je in een natuurlijke omgeving beter beslissingen zou leren nemen.

Ondanks allerlei goedbedoelde initiatieven op het gebied van milieueducatie, vindt Louv het onderwijs een sta-in-de-weg voor een echte natuurbeleving. Docenten storten zich op leerlingen uit groep 4 en 5 om hen over regenwouden te leren, citeert Louv een kritische onderwijskundige. Ze kijken naar video’s over desastreuze gevolgen van houtkap en oliewinning. Ze krijgen te horen wat hamburgers met bomen te maken hebben zonder ooit in een bos te komen. Ze leren bij te dragen aan het behoud van de aarde door melkpakjes te recyclen en als ‘zorgzame burgers’ schaffen ze energiezuinige auto’s aan. Natuur komt alleen nog maar aan bod als er een milieuramp dreigt. Kennis over de natuur is gedegradeerd tot een laboratoriumexperiment en elke beleving is ver te zoeken.

Louv brengt enkele interessante voorbeelden van onderwijs naar voren waarin wel veel aandacht is voor natuurbeleving, zoals in de Scandinavische landen. Weer of geen weer, Noorse kinderen trekken een dag per week de natuur in en het klaslokaal blijft dan gesloten. Ook in Finland is het onderwijs veel meer gericht op de directe omgeving en gaat het bij het leerproces niet zozeer om informatie maar om interactie. Onderwijsprestaties zijn er niettemin bovengemiddeld hoog.

Ook in Nederland zijn er projecten waarin natuurbeleving centraal staat. In Het Bewaarde Land, een project dat in Noord-Brabant wordt uitgevoerd, gaan kinderen drie dagen in drie achtereenvolgende weken naar het bos. Het doel van het project is simpel: kinderen zich meer thuis te laten voelen in de natuur. Ze klimmen er in bomen, lopen met blote voeten door het zand en maken soep van kruiden die ze zelf geplukt hebben. Ze bouwen er een speciale band op met een boom of met een voor het kind bijzondere plek. Het gaat niet om kennis van allerlei soorten planten en dieren – pen en papier blijven op school achter– maar om ervaringen als stilte en verbondenheid met de levende natuur, waartoe een bos alle ruimte biedt.


Het laatste kind in het bos. Hoe we onze kinderen weer in contact brengen met de natuur
Richard Louv
Uitgeverij Jan van Arkel, 2007
384 pagina’s
Prijs: € 19,95
ISBN 9789062244683


Naar boekbesprekingen >>

© Annemieke van Roekel. Niets van deze website mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, plaatsing van teksten en/of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur en de betreffende tijdschriftredacties.
Laatste wijziging: 2 april 2009

[home] [top] [contact] [disclaimer]