stad  A. van Roekel


[home]

Reizende planten



A. van Roekel







Hortus Talk

Wat is plantenmigratie?
Interview met Marnel Scherrenberg

Gehoord: 22 juli in de Hortus Botanicus Amsterdam

© Annemieke van Roekel 28 juli 2022

Beeld linksboven: Zanonia macrocarpa © A. van Roekel




Collectiebeheerder Botanie van Naturalis, Marnel Scherrenberg, wordt geïnterviewd over de verschillende strategieën van planten om zich te verspreiden. Naturalis heeft ongeveer zeven miljoen planten, schimmels, (korst)mossen en slijmzwammen in haar collectie, waarvan vele afkomstig uit de voormalige koloniën, die gekoeld liggen opgeslagen in zo'n 170.000 dozen.

Anders dan dieren zijn planten niet mobiel. Ze moeten dealen met de omstandigheden en ook inventief zijn als het gaat om de verspreiding van hun zaad. Afhankelijk van de stress die ze ervaren, zullen ze meer of juist minder zaden produceren, en chemische stoffen om vijanden op een afstandje te houden. Over generaties gerekend, verspreiden planten zich wel, om nieuwe niches aan te boren. De oudste migraties op land zijn bekend van mossen. Nog ouder is de overstap van oceaan naar land, want de eerste planten waren waterplanten, zoals ook de andere levensvormen in de oceanen begonnen.

Van bepaalde planten waarvan nu nog maar een enkele soort op aarde wordt aangetroffen, hebben er soms wel honderden soorten geleefd. Een voorbeeld is de gingko, waarvan ook een exemplaar in de Hortus staat. Nog zo'n levend fossiel is de Wollemia nobilis, die in het nieuws was tijdens de bosbranden in 2020 in Australië. De preciese locatie van de kloof, waar nog enkele honderden exemplaren groeien, was (en is) geheim om de boom te beschermen. De Wollemia nobilis is een primitieve naaldboom, die het al 200 miljoen jaar op aarde uithoudt.

Spectaculaire zaadvormen
Anders dan de titel van deze Hortus-talk deed vermoeden, ging het niet over migraties van planten over de aardbol, maar spitste het thema zich toe op de uiteenlopende strategieën en zaadvormen waarmee moeder natuur planten heeft uitgerust om hun zaad te verspreiden.

Scherrenberg had een paar dozen met opmerkelijke zaden meegebracht om dit te illustreren. Kortweg komt het erop neer dat planten via wind, water of dieren hun zaad verspreiden. Een mooi voorbeeld van de weg via dieren is de op een hoorn van een berggeit lijkend zaad van de Duivelsklauw (Harpagophytum procumbens, ook wel bekend als voedingssupplement), die is voorzien van grote gekrulde weerhaken. De zaden blijken zo 'ontworpen' te zijn dat ze zich makkelijk hechten aan de poten van struisvogels. Zo konden ze op lange afstanden getransporteerd worden. Het is een voorbeeld van een sterk gespecialiseerde zaadvorm, want ze hechten zich niet eenvoudig aan poten van andere diersoorten.

Een andere prachtige zaadvorm is die van de Zanonia macrocarpa (foto linksboven), een liaan uit de pompoenfamilie met Indische roots. Het zaad is als het ware ingepakt in ultralicht materiaal dat erg gevoelig is voor wind. Zelfs een minimale luchtbeweging is al voldoende om het zaad op afstand van de bron te laten belanden.

Adventief
Ook ging Scherrenberg in op de invasieve exoot, al geeft hij de voorkeur aan de term adventief. De alom bekende Japanse duizendknoop, al eeuwen terug in Europa geïntroduceerd door de Duitse arts/botanist Von Siebold, voelt zich overal thuis en berokkent schade aan riolen en funderingen. Zwijnen, maar ook geiten, worden tegenwoordig ingezet om de plant, die kan voortwoekeren door een uitgebreid wortelstelsel, te bestrijden.

De meeste adventieve plantensoorten hebben logischerwijze geen tot weinig natuurlijke vijanden; ze zijn immers geïsoleerd uit hun natuurlijke milieu gehaald. Bestuiving vindt dan ook niet via dieren plaats, maar vaak via de wind.

Oceaanstromingen
In de plantenwereld is vaak sprake van ongeslachtelijke voortplanting, vooral wanneer de plant weinig te vrezen heeft. Door geslachtelijke voortplanting, waarmee de plant zijn genenpool wijzigt, kan hij immers - volgens de wetten van de evolutie - zijn aanpassingsvermogen vergroten. Vegetatieve vermeerdering kan plaatsvinden via ondergrondse wortelstokken, of door simpelweg stukjes van blad of wortel los te laten, die elders doorgroeien. Zo bleek een zeegrassoort, de Posidonia australis, één kloon te zijn met een oppervlakte van maar liefst enkele honderden vierkante kilometer.

Zo kwamen er nog een aantal wonderlijke verschijningen voorbij, zoals planten die hun zaden met een ware explosie verspreiden. De uit de Himalaya afkomstige en anderhalve eeuw geleden in Europa geïntroduceerde springbalsemien is daar bedreven in. Vaak kiest een plant voor de waterroute, en laat het vruchten, peulen of zaaddozen met een groot drijfvermogen duizenden kilometers transporteren via oceaanstromingen, zoals de op vrouwenbillen lijkende Coco de Mer. Het geldt als het grootste zaad ter wereld, waarvan de boom alleen op de Seychellen voorkomt en inmiddels op de Rode Lijst van IUCN staat. Niet zo vreemd dat even googelen je direct leidt naar een lingeriemerk. De plantenwereld blijft inspireren!

Duivelsklauw Distelzaad zaaddoos
Foto's v.l.n.r.: Zaad van de duivelsklauw wordt door struisvogels verspreid; pluisjes van de distel verspreiden zich via de wind; alleen knaagdieren (agoeti's) kunnen deze zware zaaddoos (diameter ca. 20 cm) openen en de zaden verspreiden.



AmsterdamsMilieu is een initiatief van De Vuurberg © Annemieke van Roekel 2022
Laatste wijziging: 4 augustus 2022